- In beeld
- In woord

Kisima haalt de deksel van de put en vult haar emmer tot de rand. Ze pakt het hengsel met twee handen vast en loopt met snelle, kleine stappen naar de douche achter het huis. Als ze de eerste koude scheut water uit de emmer over haar lichaam giet, hapt ze naar adem.Waarom heb ik hem zijn zin gegeven?
Een uur later komt Kioni thuis. Kisima zit met opgetrokken knieen op het matras in de kamer die ze samen huren. De televisie staat aan, de preek van een evangelische priester vult de ruimte. “Hee zus, ben jij al thuis? Ik heb op je gewacht bij het hek. Hoe kan jij al hier zijn?” Kisima kijkt op, maar zegt niets.
Kioni zet haar tas op de grond naast de deur en hangt haar jas over een stoel. “Kisima, wat is er aan de hand? Iedereen moest tot acht uur doorwerken. De vrouwen uit jouw team zaten ook bij mij in de bus.” Kisima verbergt haar gezicht in haar handen, Kioni komt naast haar zitten. “Wat is er gebeurd?”
Als haar zus een arm om haar heen slaat, begint Kisima te fluisteren. “Ik was bij Charles. In zijn kantoor. Hij heeft me een nieuw contract gegeven en me daarna naar huis gestuurd.”
Seksueel misbruik
De vrouwen in de bloemenindustrie verrichten over het algemeen ongeschoolde arbeid. Hun bazen, teamleiders en managers, zijn voor het merendeel mannen. Deze mannen kunnen misbruik maken van hun positie. Verbaal geweld en intimidatie komen voor, evenals het vragen om seksuele gunsten in ruil voor contractverlenging, een dag vrij of het verkrijgen van een vast contract.
---
Kioni zucht. Kisima barst in huilen uit en stopt met fluisteren. “Waarom heb ik het gedaan? Waarom heb ik hem zijn zin gegeven?!”
Kioni omarmt haar zus en drukt haar tegen zich aan. “Je hoeft je niet te schamen, zus. Charles heeft meer vrouwen gedwongen. Hij kan doen wat hij wil. We hebben geen keuze.” Kisima haalt diep adem en kijkt op. “Dat hebben we wel. Ik was de laatste, dat beloof ik je.”

De rode uitslag onder de scheur in haar mouw begint steeds erger te jeuken. Nadat Muna haar zevende emmer heeft gevuld met rozen houdt ze het niet meer uit. Ze trekt haar rechter handschoen uit en geeft toe aan de drang om te krabben. De rode bultjes hebben zich binnen een paar uur verspreid over haar gehele onderarm.“Niet krabben! Daar wordt het erger van.” Christine, de oudste van haar collega’s, schudt het hoofd en wijst naar Jacob, de teamleider van kas 12. “Vraag de baas om een nieuwe jas. Je bent zwanger.” Muna knikt, trekt haar handschoen weer aan en loopt tussen de kaalgeknipte rozenstruiken door naar de andere kant van de kas.
“Muna, hierkomen! Ze laten ons niet naar buiten.”
Jakob staat voor het krijtbord naast de ingang en noteert cijfers in een schrift. Hij draagt een overhemd met stropdas en stevige laarzen onder een nette broek. Als Muna aan komt lopen draait hij zich om. “Wat doe jij? Je moet doorwerken. Het gaat te langzaam vandaag. Moederdag is volgende week al!” Muna slaat haar ogen neer en laat de scheur in haar mouw zien. “Mijn jas is kapot, baas.” Jacob klakt geërgerd met zijn tong en loopt richting de uitgang. “Jullie kosten alleen maar geld.”
Als Muna terugkomt bij haar collega pakt zij haar arm. Christine vouwt het stof van de mouw bij de scheur dubbel en wikkelt er een stuk plastic omheen. “Hij is chagrijnig vandaag. Misschien heeft hij ruzie met zijn vrouw.” Muna lacht en gaat weer aan het werk. Net voordat ze haar achtste emmer kan vullen, komt de sproeiploeg binnen.
De drie mannen dragen pakken die alleen hun gezicht niet bedekken. Mondkapjes en duikbrillen maken de bescherming compleet. Op hun ruggen hangen tanks met chemicaliën die met een slangetje verbonden zijn met de verstuivers in hun handen. Zonder waarschuwing beginnen ze te sproeien aan het begin van de eerste drie rijen.
Zodra Christine het gesis hoort stopt ze met snoeien. Ze rent naar het middenpad en roept Muna bij zich.
Slechte arbeidsomstandigheden en voorzieningen
In de Afrikaanse bloemenindustrie ontbreekt het op de werkvloer regelmatig aan basisvoorzieningen, zoals (seperate) sanitaire voorzieningen, kleedkamers en veilig vervoer van en naar de kwekerijen. Ook de medische zorg laat soms te wensen over, terwijl dat juist in landen met een hoog aantal HIV/Aids besmettingen van groot belang is. Tenslotte leidt het gebruik van agressieve chemicaliën tot problemen. Nadat er gesproeid is in de kas, wordt niet altijd de verplichte periode om de kas te ontruimen in acht genomen. Ook ontbreekt het de plukkers en sorteerders soms aan (goede) beschermende kleding tegen de prikkende doornen van de rozen. De gevolgen van het in aanraking komen met deze chemicaliën lopen uiteen; van huiduitslag en benauwdheid tot onvruchtbaarheid.
---------------
“Muna, hierkomen! Ze laten ons niet naar buiten.”
Muna zoekt snel een lege emmer en zet haar rozen neer. Christine doet haar handschoen uit, haalt een zakdoek uit haar jas en geeft die aan Muna. “Houd dat ding voor je mond en adem zo rustig als je kan. Blijf bij die kerels uit de buurt!”
Muna neemt de zakdoek eerst aan en wil hem dan weer teruggeven. “En jij dan?” Weer schudt Christine haar hoofd. “Jij krijgt straks je eerste kind. Je mag dat spul niet inademen.” “Maar jij dan?” Vraagt Muna nog een keer. “Ik krijg geen kinderen meer. Het gif heeft mij kapot gemaakt. Dat spul ziet geen verschil tussen mensen en insecten.”

Zodra het getoeter begint staat Fatima op uit bed. Ze heeft nog een minuut of vijf voordat de chauffeur zijn hand van de claxon haalt en de bus wegrijdt. Het is vijf uur op de ochtend van haar tweede eerste dag.Met haar deken om zich heen geslagen, stapt Fatima over Fatiyah heen. Haar zevenjarige dochtertje slaapt naast haar, sinds haar man dat niet meer doet. De kou van het Afrikaanse laagland slaat door de houten muren van het huis, dauw trekt onder de deur door.
“He herriemaker, ik ben wakker hoor.”
Zonder haar meisje wakker te maken, neemt Fatima de deksel van een pan, eet een hand rijst van de dag ervoor en drinkt een beker water uit de emmer naast de deur. Meer ontbijt zit er niet in. Voorlopig niet. Ze poetst haar tanden en legt de deken weer terug op het bed, over Fatiyah heen. Het is tijd.
Buiten groet ze de man die ze maandenlang vervloekte met een grote glimlach. “Hé herriemaker, ik ben wakker hoor.” Busschauffeur Collins lacht zijn tanden bloot en toetert door. “We zijn bijna compleet, welkom terug!” Fatima groet de andere vrouwen en vindt in het donker een plaats op de achterste bank. Voor het eerst sinds maanden bezorgt Collins’ claxon haar geen hoofdpijn. Vandaag is de herrie ook voor haar bestemd.
Zodra de bus vertrekt, dommelen de dames in. Knikkebollend deinen hun hoofden mee met het ritme van de weg. Alleen Fatima en Collins blijven wakker. In zijn achteruitkijkspiegel maakt hij oogcontact. “Hoe gaat het met je? Ik hoorde dat je het moeilijk had.” Fatima knikt.
Moeilijk was het nog niet toen ze Collins voor het eerst tegenkwam. De zoektocht naar een baan had Fatima en haar man naar de andere kant van het land gebracht, maar was succesvol. Ze hadden allebei werk gevonden bij een grote rozenkweker. Hun dubbele inkomen maakte veel mogelijk.
Maar terwijl Fatima droomde, begon haar man met drinken.
Ongelijke arbeidsrechten
De bloemenindustrie in Afrika is de laatste jaren enorm gegroeid, mede door de lage lonen in deze landen. In deze sector doen vrouwen vaak het simpele werk; sorteren, plukken, bundelen. Simpel werk met een minimale beloning, vaak te weinig om in hun levensonderhoud te voorzien. Medewerksters hebben vaak een tijdelijk contract. Soms jaren achtereen. Deze vrouwen kunnen ieder moment op straat staan en hebben minder rechten op bijvoorbeeld vakantiegeld, ziekte- en zwangerschapsverlof. De targets voor de werknemers liggen hoog. Halen ze die niet, dan worden kunnen ze worden gekort op hun salaris of ontvangen ze een waarschuwing. Met name op piekmomenten (voorafgaand aan valentijnsdag en moederdag) leidt de hoge werkdruk tot lange dagen van 12 tot 14 uur, waarvan niet altijd met zekerheid de overuren betaald worden.
----------------------
Al snel kostte zijn dronkenschap hem zijn werk. Rondkomen lukte niet meer en Fatima nam een tweede baan. Haar man bleef drinken en reageerde zich af op Fatima. Ze kon hem niet bevredigen, zei hij. Ze was te vaak weg. Na een paar weken ging hij zelf weg.
Net toen Fatima er alleen voor stond werd ze ziek. Drie weken lang hield malaria haar thuis. Voor de baas was dat lang genoeg om zijn geduld te verliezen. Fatima werd vervangen. De vier maanden erna verkocht ze water langs de snelweg waarover ze vandaag weer rijdt. Via een buurvrouw vond ze werk in een fairtrade-kas.
Terwijl de weg verlicht wordt door de lampen van de eerste kassen en de geur van bloemen die van uitlaatgassen begint te verdrijven geeft ze antwoord op Collins’ vraag. “Het maakt niet uit. Vandaag begint toekomst opnieuw.”

Mary heeft snel gegeten en staat halverwege de lunch op. “Ga maar, ik ruim je bord wel op”, zegt Beatrice. “En veel succes! Je kunt het.” Mary knikt, lacht zenuwachtig en loopt dan naar het kleedlokaal.Onder haar overall draagt Mary vandaag een blouse en een nette broek. In haar tas zit een paar pas gepoetste schoenen. Als ze zich heeft omgekleed, kamt ze haar haar, poetst ze haar tanden en doet ze een schietgebedje. Dan is het tijd.
In het kantoor naast de administratie afdeling zit assistent-manager George met teamleider Michael op Mary te wachten. Als ze binnenkomt groeten de twee mannen haar vriendelijk. ”Wil je misschien een kop thee?”, vraagt de manager. “Ja graag, meneer”, antwoordt Mary. “Wij ook. Het dienblad staat achter je.” Mary’s adem stokt even. Ze schenkt drie koppen thee met melk in en vraagt de manager dan of ze mag gaan zitten. “Ja, natuurlijk”, zegt hij.
‘Is dit de man die ik op zijn eerste dag inleidde in de kas?
“Goed”, de manager opent het gesprek met een zucht, “jij wilt dus teamleider worden? Net als Michael hier?” Michael kijkt naar zijn baas en grijnst. “Ja meneer, heel graag”, antwoordt Mary. “Je wilt natuurlijk meer verdienen?”, vraagt de manager. Mary schrikt van zijn houding en de toon van zijn stem. “Het geld kan ik goed gebruiken, maar het lijkt me ook erg interessant om te doen.”
“Het is niet erg gebruikelijk dat mensen zonder vooropleiding naar deze functie solliciteren”, zegt teamleider Michael dan. “Denk je niet dat je er een managementopleiding voor nodig hebt, net als ik?” Hij stelt de vraag met uitgestreken gezicht, Mary’s verbazing is zichtbaar. ‘Is dit de man die ik op zijn eerste dag inleidde in de kas? Die ik hielp met het maken van dagplanningen en het tellen van de oogst?’
Discriminatie van vrouwen
Vrouwen in de bloemenindustrie komen zelden in aanmerking voor training en promotie en hebben nauwelijks leidinggevende posities. Dat ligt deels aan het gebrek aan opleiding, maar wordt ook veroorzaakt door vooroordelen van culturele aard. Van vrouwen wordt verwacht dat ze zich meegaand gedragen en werk en zorgtaken combineren. Niet handig in een leidinggevende positie.
Ook in werknemerscommissies en vakbonden zijn vrouwen vaak ondervertegenwoordigd. En als ze deelnemen, blijkt het door culturele tradities moeilijk om zich daadkrachtig uit te spreken ten overstaan van mannen.
------------------
Ze wendt haar blik van Michael af en richt zich tot George: “Niemand werkt zo lang in de kas als ik, meneer. Ik ken de rozen. Ik kan in één oogopslag zien welke meer dan een week kunnen blijven staan en welke niet goed genoeg zijn.”
George knikt, schrijft snel iets op en gooit zijn pen op tafel. “Mary, we waarderen je inzet, maar ik vraag me af of het verstandig is om een vrouw te promoveren. De andere vrouwen zouden jaloers worden. Het is beter om mannen dat soort werk te laten doen.” Mary realiseert zich dat ze nooit een kans had en verliest dan de controle over zichzelf. “Dat is helemaal niet beter. Ik weet wanneer het niet goed gaat met mijn collega’s, wat hun problemen zijn en hoe ze hun werk het beste kunnen doen. Al het werk wordt hier gedaan door vrouwen. Wij weten meer over de kwaliteit van rozen dan de opzichters. Wij hebben helemaal geen mannen nodig!”
Met grote ogen kijken de twee mannen Mary aan. Na een paar seconden doorbreekt George het stilzwijgen. “Je hoort binnenkort van ons.”

Johanna had niet gedacht dat ze na drie maanden al moeite zou hebben met lopen. Aan de anderhalve kilometer naar de hoofdweg lijkt die morgen geen einde te komen. Als ze bij de kruising aankomt, is Monica al weg.Het verkeer op de hoofdweg staat muurvast als altijd. De twee banen worden bezet door drie rijen auto’s. Aan de overkant van de weg wordt ook de berm benut. Johanna loopt door en negeert de bestuurders van de Matatu-busjes, die haar aan de lopende band vragen om in te stappen. Maar ze negeert vooral de steken in haar bekken.
“Ik kon niet sneller, ik moest iemand dragen.”
Als Johanna bij de markt aankomt, moet ze nog drie kilometer lopen. Ze kijkt op haar telefoon en ziet dat het al half zeven is. ‘Ik haal het niet’, realiseert ze zich en kijkt achterom. ‘Dan maar betalen voor een matatu.’
De minibusjes laten nooit lang op zich wachten en binnen enkele minuten ploft ze neer op de bank naast een bestuurder. Het verkeer rijdt weer en Johanna komt ruim op tijd aan. Een flink deel van haar dagloon is ze dan al kwijt.
Monica is zich tussen de andere vrouwen aan het omkleden als Johanna de personeelsbarak binnenkomt. Ze heeft het hele stuk naar de kas vandaag in haar eentje gelopen. “Johanna! Waar was jij? Ik heb op je gewacht."
Johanna zet haar tas op de houten bank tegenover Monica en glimlacht. “Ik kon niet sneller, ik moest iemand dragen.”
Monica omhelst haar vriendin en kust haar op de wang. “Gefeliciteerd! Hoe lang al?” “Drie maanden ongeveer”, antwoordt Johanna.
Reproductieve rechten op de werkvloer
Vrouwen in de bloemenindustrie hebben niet vanzelfsprekend recht op zwangerschapsverlof. Als er al wetgeving is op dat gebied, wordt die niet altijd nageleefd. Vaste medewerksters worden soms dringend verzocht hun vakantiedagen op te nemen tijdens hun verlof. Werkneemsters met een tijdelijk contract lopen het risico na hun verlof hun baan te verliezen. Anderen worden soms op oneigenlijke reden ontslagen. In sommige bedrijven worden vrouwen getest op zwangerschap. Ook de kinderopvang is niet altijd goed geregeld, terwijl deze vrouwen vaak alleenstaand zijn. Hierdoor ontstaan schrijnende situaties waarvan kinderen, soms baby's, de dupe zijn.
---------
“Zo lang al? Dan moet je binnenkort aangepast werk krijgen. Heb je het aan Peter verteld?” “Nee, dat doe ik wel na Valentijnsdag, dan krijg ik misschien een vast contract.” Monica schrikt. Het is december.
“Johanna, lopen doet nu al pijn, je mag straks niet meer tillen. En je mag al helemaal niet in de buurt komen van de pesticiden.” Monica wrijft over haar buik. “Dan doet het maar pijn. Ik blijf werken, dit meisje gaat straks naar school.”
Petitie
Rozen uit Afrika
Rozen uit Afrika
Wat is er mis?
De arbeidsomstandigheden van veel vrouwen in de Afrikaanse bloemensector laten te wensen over. Voorbeelden zijn:
Lage lonen
Veel vrouwen werken lange dagen, vaak voor een schamel loon. Het minimumloon in Kenia ligt bijvoorbeeld op ongeveer €1,25 per dag. Dat is te weinig om van rond te komen. In Oeganda ligt het minimumloon nog lager.
Tijdelijke arbeidscontracten
Veel vrouwen hebben een tijdelijk contract, soms jaren achtereen. Deze vrouwen hebben minder rechten op bijvoorbeeld vakantiegeld, ziekte- en zwangerschapsverlof.
Seksuele intimidatie
De vrouwen in de bloemenindustrie verrichten over het algemeen ongeschoolde arbeid. Hun leidinggevenden zijn veelal mannen. Deze mannen kunnen misbruik maken van hun positie. Verbaal geweld en intimidatie komen voor, evenals het vragen om seksuele gunsten in ruil voor bijvoorbeeld contractverlenging, een dag vrij of het verkrijgen van een vast contract.
Geen of slechte kinderopvang
Een groot deel van de vrouwen is alleenstaand met kinderen. Zij kunnen het werk moeilijk combineren met het moederschap omdat er geen of slechte opvang voor hun kinderen is geregeld. Hierdoor ontstaan schrijnende situaties waarvan kinderen en baby's de dupe zijn.
Blootstelling aan chemicaliën
Het komt regelmatig voor dat vrouwen worden blootgesteld aan agressieve chemicaliën. Dit kan gevolgen hebben voor hun gezondheid, bijvoorbeeld huiduitslag, benauwdheid of onvruchtbaarheid.
De bloemen
Eerlijke bloemen dragen bij aan betere arbeidsomstandigheden. Met de campagne Power of the Fair Trade Flower wil Hivos het aanbod van eerlijke bloemen op de Nederlandse markt vergroten en beter zichtbaar maken voor de consument.
- 70% van de rozen komt uit Afrika, bijvoorbeeld uit Kenia, Ethiopië, Zimbabwe, Tanzania en Oeganda.
- 0,3% van de rozen die in 2010 in Nederland werd verkocht, was fairtrade gecertificeerd (Bron: Jaarverslag Max Havelaar).
- Slechts 8% van de bloemen die internationaal wordt verhandeld, is duurzaam gecertificeerd (Bron: Floriculture Sustainability Initiative).
- Op dit moment zijn keurmerken het beste alternatief voor de consument.
- Echter, de meeste keurmerken, zoals Max Havelaar en Fair Flowers Fair Plants, zijn niet of nauwelijks zichtbaar en/of herkenbaar voor de consument.
- Eerlijke bloemen zijn bij verschillende supermarkten verkrijgbaar, zoals PLUS, Albert Heijn, Jumbo, C1000 en Lidl. Maar niet altijd en niet bij alle filialen.
De consument
In Afrika werkt Hivos samen met lokale partnerorganisaties en toonaangevende kwekers aan de verbetering van de arbeidspositie van vrouwen door middel van training, rechtsbijstand en onderzoek. In Nederland werken we met de bloemensector aan een transparante productieketen met goede controle.
Wat kun jij doen?
- Stop niet met het kopen van bloemen!
- Vraag jouw bloemist of supermarkt of de bloemen eerlijk zijn.
- Koop altijd eerlijke bloemen als ze beschikbaar zijn.
Maar vooral: teken hier voor eerlijke bloemen!
Eerlijke Rozen
Eerlijke Rozen
Nieuws
Nieuws
Corbino
Corbino
UItgelicht: Corbino
Fotograaf Corbino reisde op eigen initiatief voor Power of the Fair Trade Flower naar Kenia. Dit is zijn verhaal:
Als Nederlander voel je je waarschijnlijk meer verbonden met bloemen, dan ieder ander. Zeker wanneer je naar Afrika reist om daar te zien wat de bloemenindustrie voor vrouwen daar betekent. ‘Waar een klein land groot in is'. Dat denk je niet meer nadat je met deze vrouwen hebt gesproken.
Deze vrouwen zijn aan de andere kant van het land geronseld voor dit werk. Zij willen werken voor een fatsoenlijk salaris, een gezond leven leiden en kinderopvang voor hun kinderen, zeker omdat hun familie ver weg woont. En dat is er in de regel allemaal niet. Terwijl ik daar ook heb gezien dat het, mét succes, anders kan.
Ik sprak met Esther. Esther Njambura Ndung’u. Zij werkte een jaar lang op een kwekerij. Ze moest daar werken van zes tot zes, zes dagen in de week. Ze verdiende nauwelijks genoeg om rond te komen. Dus had ze een tweede baan in de avond, terwijl haar kind thuis zat. Maar de prijs die zij moest betalen, lag nog veel hoger. Blootstelling aan pesticiden leidde tot huidproblemen en twee miskramen. Volgens de artsen door de chemicaliën. Haar man ging bij haar weg, maar Esther gaf niet op en vond ander werk, buiten de bloemenindustrie. Nu gaat het beter met haar.
Esther staat voor mij symbool voor de veerkracht en trots van deze vrouwen, die vaak helemaal alleen zorg dragen voor de toekomst van hun kinderen en daarmee voor de toekomst van dit continent.
Mijn beeld van Esther is een verstild portret van woede en kracht. Deze vrouwen verdienen een beter leven. Een bloeiende toekomst. Geef het hen. Deel hun verhalen en vraag om eerlijke bloemen.
Corbino.
50 Tinten Rood
50 Tinten Rood
Achtergrond
Achtergrond
Expositie
Hivos presenteert de expositie Power of the Fair Trade Flower. Zes topfotografen lieten zich inspireren door de verhalen van vrouwen uit de Afrikaanse rozensector.
Carli Hermès, Cornelie Tollens, Koen Hauser, Ingrid Baars, Aatjan Renders en Corbino vertellen met hun foto's over discriminatie, ongezonde werkplaatsen en seksueel misbruik.
- 11 februari - 25 februari: Neude, Utrecht
- 16 - 18 februari, Women Inc Festival, Rai, Amsterdam
- 26 februari - 9 maart: Spui, Den Haag
Over de campagne
Power of the Fair Trade Flower streeft naar een situatie waarin álle bloemen eerlijk en duurzaam worden geproduceerd. Met deze campagne wil Hivos het aanbod van eerlijke bloemen vergroten en beter zichtbaar maken in winkels. De campagne richt zich op Nederlandse consumenten, winkeliers en handelaren. In de productielanden in Afrika werkt Hivos met lokale organisaties aan de verbetering van de arbeidspositie van vrouwen in de bloemenindustrie.
De publiekscampagne Power of the Fair Trade Flower is onderdeel van de vierjarige campagne Women @Work. In deze campagne werkt Hivos aan een betere arbeidspositie voor vrouwen, met name in de koffie-, bloemen- en textielindustrie.
Powered by www.hivos.nl/Women-at-Work
Concept & vormgeving: www.sazza.nl





